De geschiedenis van het hoefijzer

Tegenwoordig is het hoefijzer niet meer uit de paardenwereld weg te
denken. Ze zijn belangrijk voor de bescherming en de gezondheid van
de hoef van het moderne paard. Maar hoe is het hoefijzer ontstaan? Vanaf
het moment dat paarden gedomesticeerd werden door de mens, werd
duidelijk dat de het belangrijk werd om de hoeven te beschermen. Bij
het wilde paard is de hoef aangepast aan natuurlijke omstandigheden.
Daarnaast droegen de vier hoeven alleen het gewicht van het paard.
Tijdens de domesticatie werden paarden uit hun natuurlijke klimaat en
habitat gehaald, waar de hoef niet10
aan aangepast aan was. Ongeveer
tegelijkertijd met de domesticatie,
werd ook bescherming voor de
hoef bedacht.
De mensen in de Aziatische steppe,
2000 jaar voor Christus, hadden al
een vorm van hoefschoenen voor
hun paarden. Deze maakten ze van
leer en planten en werden gebruikt
voor therapeutische doeleinden.
Ze deden deze aan als de grond
koud en bevroren was. Zo zorgden
de schoenen voor bescherming
van zere hoeven en preventie van
nieuwe verwondingen. Op hard en oneven terrein werd er afgestapt en de
paarden aan de hand geleid om beschadigingen te voorkomen.
In de eerste eeuw begonnen de Romeinen met wegen aanleggen. Dit
was in tegenstelling tot zandpaden een veel hardere ondergrond. Om
hun waardevolle paarden te beschermen hadden de Romeinen een soort
hoefsandaal (hipposandal) uitgevonden. Deze konden tijdelijk om de hoef
aangebracht worden en makkelijk weer verwijderd worden. Ze werden
gesmeed van dik metaal en hadden een profiel aan de onderkant om grip
op het weg oppervlak te vergroten.
Het is moeilijk om met zekerheid te zeggen wanneer het eerste hoefijzer
was gemaakt. IJzer was een waardevol metaal en werd constant recyclet.
Oude hoefijzers werden gesmolten en gebruikt voor iets anders in plaats
van weggegooid, zodat het door archeologen bijna nooit wordt gevonden.
Als men de teksten nagaat dan is de eerste beschrijving van het hoefijzer
ongeveer 900 na Christus, waar Leo de IVe uit Constantinopel in een
geschreven verhandeling ‘maanvormige ijzers en hun nagels’ beschrijft in
een lijst van cavalerie uitrusting. Hiervoor waren wel tal van referenties
naar het belang van gezonde voeten, rad lopende paarden en harde
hoeven, maar geen enkele keer werd er geschreven over hoefijzers. Men
denkt dat tussen 500 en 900 na Christus het hoefijzer in zijn moderne
vorm was ontwikkeld. Metallurgie, het winnen van metaal uit erts,
werd rond 800 na Christus veel efficiënter en makkelijker. Hierdoor
werd metaal als grondstof grootschalig beschikbaar en goedkoper. Het
is beschreven dat William de Veroveraar, de eerste Nomadische Koning
van Engeland, hoefsmeden in zijn leger mee had tijdens zijn invasie in
Engeland in 1066. Tijdens de kruistochten in 1100 was paarden bekappen
veel gebruikelijker dan in voorgaande eeuwen. Deze hoefijzers waren
van brons en hadden 6 gaten voor spijkers. Naar mate de tijd vorderde,
verloren hoefijzers hun gekartelde buitenrand, kregen negen spijker gaten
en werden wat zwaarder.
In het begin van de 13e en 14e eeuw werden hoefijzers in grote schaal
van ijzer gemaakt. Ze konden kant-en-klaar gekocht worden. De ijzers
werden langer en wijder zodat ook de grote voeten van koudbloeden, die
veel ingezet werden voor de kar als transport, bekapt konden worden.
In de 16e eeuw werd heet bekappen populair in Groot-Brittannië en
Frankrijk en later ook in de rest van de wereld. Naarmate hoefijzers
gebruikelijker werden, vond men het ook belangrijker dat er goed
bekapt werd. Dit leidde in 1874 tot het ontstaan van de ‘Journeymen
Horsheshoers National Union’ nu bekend als ‘International Union of
Journeymen Allied Trades’. Deze vereniging organiseerde cursussen in
bekappen.
Tegenwoordig worden de meeste hoefijzers gemaakt van staal of
aluminium, maar ijzers worden ook gemaakt van rubber, plastic,
magnesium, titanium en koper. Dit hangt af van ras, het soort werk dat
een paard moet verrichten, een licht ijzers voor een racepaard en een
stevig ijzer voor een springpaard, gewicht van een paard en eventuele
kreupelheid. Verder kunnen hoefijzers ook aangepast worden bij gladheid,
door bijvoorbeeld kalkoenen onder het ijzer aan te brengen. Hierdoor
heeft het paard extra grip op een gladde ondergrond.
Vroeger werden paarden veel meer in het dagelijks leven ingezet en de
hoeven aan grote invloeden blootgesteld. Tijdens de domesticatie van
paarden werd ook direct het belang van een gezonde hoef duidelijk.
Hierdoor zijn gedurende de geschiedenis veel uitvindingen bedacht die
uiteindelijk leidden tot het hoefijzer zoals wij die nu kennen. Wanneer en
door wie deze uitvinding precies is gedaan, weet niemand, maar het is wel
een van de belangrijkste ontdekkingen geweest aangaande de gezondheid
van paardenvoeten.