Archief

Archief

VHierVoeter maart 2013:

  • Cerebellaire abiotrofie bij het Arabisch volbloed
  • Narcolepsie bij het paard
  • Stereotyp gedrag: weven

———————————————————————-

Cerebellaire abiotrofie bij het Arabisch volbloed

Door: Charlotte de Lege

Bij cerebellaire abiotrofie is er sprake van premature degeneratie van neuronen in het cerebellum. Dit word gekenmerkt door apoptose van Purkinjecellen en de bijbehorende neuronen in het stratum granulosum van het cerebellum. Het komt voor in verschillende diersoorten, waarbij het verschillende uitingsvormen heeft.

Bij paarden komt het vooral voor bij Arabische Volbloeden en andere paarden met Arabisch bloed. Het komt tot uiting bij veulens die nog geen jaar oud zijn, meestal tussen een leeftijd van 1 tot 6 maanden.

Functies van het cerebellum zijn onder andere coördinatie van bewegingen en proprioceptie. De klinische verschijnselen die gezien kunnen worden zijn intentietremor van het hoofd, ataxie, een wijdbeense stand en gang, dysmetrie, spasticiteit en een verminderde dreigreflex. Ook kunnen de dieren erg schrikachtig zijn, en daarbij zelfs omvallen, en ook moeite hebben met opstaan. Intentietremor en hypermetrie van de voorbenen zijn vaak de eerste dingen die een eigenaar opvallen. De verschijnselen blijven vaak een aantal maanden progressief. Als het dier eenmaal volwassen is zal de ziekte zich niet verder ontwikkelen. Het is echter niet te behandelen, ondanks dat er zo nu en dan fases met verbetering te zien zijn. De aandoening op zich is niet fataal. Door de aard van de klinische verschijnselen kan het echter wel gevaar opleveren voor het dier en de eigenaar. Ook kunnen de patiënten meestal niet onder het zadel gebracht worden, omdat ze daarvoor te weinig coördinatie hebben. Hierdoor worden de meesten uiteindelijk geëuthanaseerd of een enkele keer gehouden als gezelschapsdier. De dieren zijn ook niet geschikt om mee te fokken, onder andere doordat de aandoening erfelijk is. Onderzoek wijst uit dat het overerft via een enkel, autosomaal recessief locus.

De diagnose wordt gesteld op basis van klinische verschijnselen en uitsluiten van andere mogelijke oorzaken. In de differentieel diagnose staan ook craniale misvormingen, congenitale spinale afwijkingen, ontsteking of infectie van het cerebellum en trauma. Deze afwijkingen kunnen allemaal uitgesloten worden door middel van neurologisch onderzoek, liquor analyse en röntgenfoto’s. De definitieve diagnose kan post-mortem gesteld worden, door middel van histologie. Wat daarbij het meest opvalt is het verlies van Purkinjecellen, degeneratie van neuronen en een verdunde moleculaire en granulosalaag.

Bronnen:

  • Reed et al; Equine Internal Medicine; 3rdedition, 2010
  • DeLahunta, A.; Veterinary Neuroanatomy and Clinical Neurology; 3rdedition, 2009
  • Brault et al; Inheritance of cerebellar abiotrophy in Arabians; Am J Vet Res 72:940-944, 2011
  • Blanco et al; Purkinje cell apoptosis in Arabian horses with cerebellar abiotrophy; J Vet Med A Physiol Pathol Clin Med 53:286-287, 2006

 

———————

Narcolepsie bij het paard

Door: Annick Post

Nacrolepsie wordt beschreven als oncontroleerbare slaapaanvallen, welke meestal gepaard gaat met een compleet verlies aan spiertonus(cataplexie). De ziekte komt naast het paard en de mens bij vele diersoorten voor. Bij het paard zijn net zoals bij de mens familiaire maar ook sporadische gevallen bekend. De familiaire vorm komt vooral voor bij shetlanders en miniponies. Je hebt twee groepen waarin de ziekte voorkomt, de eerste zijn veulens van ongeveer 6 maanden(hierin vallen de shetlanders en mini-ponies), de andere groep zijn volwassen paarden die de ziekte op latere leeftijd ontwikkelen..

De normale slaap bestaat uit twee onderdelen. Je hebt afwisselend de slow-wave slaap (non-REM-slaap), gemedieerd wordt door serotonine en de fast-wave (REM) slaap, wat wordt gemedieerd door noradrenaline. Bij narcolepsie gaat het om pathologische manifestaties van de REM slaap. De etiologie van nacrolepsie is nog onbekend, wel zijn er zowel bij mensen als bij paarden afwijkingen gevonden in het hypocretin neuropeptide, welke betrokken zijn in vele functies als slaap, voeding, energie homeostase en neuroendocriene en autonome functies. Het hypocretin systeem is gelegen in de hypothalamus.

Bij mensen worden de aanvallen vaak vooraf gegaan door een periode van sterke emotie, zoals lachen of boosheid. Bij honden
kunnen de aanvallen worden opgewekt door de honden te exciteren, bijvoorbeeld door de presentatie van voedsel. Bij paarden verschilt het erg wanneer de aanvallen optreden, dit kan zijn onder het borstelen maar ook gewoon in de stal en zelfs tijdens het rijden.

Tijdens een aanval zal het paard zijn nek laten hangen, door zijn knieen zakken en wanneer het een sterke aanval is zelf helemaal door de benen gaan. De episodes kunnen varieren van een paar seconden tot wel 10 minuten. Wanneer de dieren worden wakker gemaakt, wat soms veel moeite kost, zijn ze weer volkomen normaal, zonder neurologische afwijkingen of andere afwijkingen.

Als behandelmethode wordt imipramine geopperd, dit is een anti-depressieve wat de uptake van serotonine en naradrenaline blokkeerd en op deze manier de REM slaap verminderd. De resultaten van deze behandeling zijn echter wisselend. Een andere mogelijkheid is behandeling met atropine, echter heeft het middel uiteraard veel bijwerkingen, waardoor het niet langdurig gebruikt kan worden.

De prognose van paarden met nacrolepsie is gereserveerd, aangezien het gevaarlijk is wanneer paarden in het bijzijn van mensen of onder het zadel in slaap vallen. Sommige veulens kunnen echter geheel herstellen.

Bronnen:

  • Equine internal medicine, 3eeditie, Reed, Bayly en Sellon,
  • Equine neurology, Furr en Reed.

——————–

Stereotyp gedrag: weven

Door: Iris Roza en Linda de Braaf

Stereotypieën zijn zich herhalende, irrelevante gedragspatronen zonder een duidelijk doel of functie. Deze gedragspatronen zijn
gerelateerd aan suboptimale omgevingsaspecten, welke zorgen voor frustratie, stress, angst, en onvoldoende stimulatie vanuit de omgeving. Kribbebijten, luchtzuigen, weven en boxlopen zijn veelvoorkomende stereotype gedragingen.Gebleken is dat kribbebijten geassocieerd is met tandslijtage. Weven en boxlopen veroorzaken onregelmatige slijtage van de hoeven en overbelasting van de musculatuur. Vanuit het oogpunt van het management en welzijn van het paard is het begrijpen van de oorzaak en functie van de stereotypieën belangrijker dan onder controle houden van dit gedrag. Als een paard haar stereotyp gedrag niet kan uiten, heeft dit zo mogelijk nog een grotere impact op het welzijn van het dier.

Weven

De typische wever:

  • Weven gaat vaak voorafgaand aan een opwindende gebeurtenis (bv voeren)
  • Nauw sociaal contact is beperkt maar visueel contact is vaak wel mogelijk.
  • Lichaamsbeweging en aangeboden voeding zijn niet in balans.
  • Dagelijks management routine is erg voorspelbaar.
  • Bodembedekking is doorgaans geen stro

Weven komt voor bij 3 % van de populatie. Bij Arabieren komt het vaker van dan bij andere rassen. De leeftijd van optreden van dit gedrag is doorgaans later (op 60-64 weken) dan dat van kribbebijten (20 weken). Epidemiologische onderzoeken hebben uitgewezen dat het voorkomen van stereotyp gedrag wordt beïnvloed door de hoeveelheid voedsel, type voeding, ras en management zoals het type bodembedekking en de mogelijkheid tot weidegang. Er wordt verondersteld dat een paard stereotyp gedrag vertoont om met zijn suboptimale omstandigheden te kunnen omgaan. Weven is mogelijk gerelateerd aan een vezelarm dieet, waardoor het paard te weinig tijd spendeert aan het eten. Weefgedrag wordt veelal waargenomen voorafgaand aan het voeren. Ook abrupt spenen kan een predisponerende factor zijn voor het ontwikkelen van weefgedrag.

Tips voor het reduceren van weefgedrag

  • Meer weidegang en arbeid
  • Verhoog visueel en tactiel contact met andere paarden
  • Strooi voedsel rond in de stal, om foerageergedrag te bevorderen
  • Voorkom voorspelbaarheid: voedertijd variëren, gebruik maken van bijvoorbeeld voederballen Plaatsen van een spiegel in de stal
  • Geen gebruik maken van medicatie en anti-weef rekken

Preventie van weefgedrag

Naast de bovengenoemde tips wordt ter preventie geadviseerd om het paard zoveel mogelijk tijd op de weide te laten spenderen.
Ook is het de moeite waard om een sociale huisvesting te overwegen. Afspenen dient het beste geleidelijk te geschieden, bij voorkeur in een groep.

bronnen:

  • Daniel Mills, BVSc, PhD, CBiol, MIBiol, ILTM, MRCVS, Professor of Behavioural Medicine at the University of Lincoln, United Kingdom Weaving, Headshaking and Cribbing American Association of Equine Practitioners Convention 2005
  • Shigeru Ninomiya *, Shusuke Sato, Kazuo Sugawara Weaving in stabled horses and its relationship to other behavioural traits Applied Animal Behaviour Science 106 (2007)