CEM

Besmettelijke baarmoeder onsteking bij het paard.
De aandoening CEM (Contagious Equine Metritis) werd voor het eerst
ontdekt in 1977 in Newmarket in Engeland. Tegenwoording is de infectie
endemisch in verschillende europese landen, waaronder Nederland, en in
Japan. (1)
De infectie wordt veroorzaakt door Taylorella2
equigenitalis (voorheen bekend onder de naam
Haemophilus equigenitalis). Besmetting is op
verschillende manieren mogelijk. Een hengst
die besmet is met Taylorella equigenitalis heeft
geen klinische verschijnselen. Bij deze dieren
verblijft de bacterie in het smegma en over
het gehele oppervlak van de penis. Ook is het
mogelijk dat gezonde merries worden besmet
door merries die drager zijn van deze bacterie
en door instrumentarium tijdens K.I. Ook is
het mogelijk dat veulens bij geboorte raken
besmet, deze besmetting uit zich echter pas als dit dier wordt gebruikt bij
voorplantingsactiviteiten. (2,3) De kans op infectie is hoog, bijna elke merrie
die in contact komt met de bacterie, raakt ook daadwerkelijk geïnfecteerd.
De klinische verschijnselen zijn voornamelijk de overvloedige mucopurulente
vaginale uitvloeiing die ontstaat 10-14 dagen na een geïnfecteerde dekking
of inseminatie. Deze uitvloeing verdwijnt na een aantal dagen, waarna de
dieren nog enkele maanden drager kunnen zijn van de infectie. Veulens die
uit een dergelijke besmette dekking/inseminatie ontwikkelen ontwikkelen
zich gewoon, maar zijn na geboorte dus wel besmet. Microscopisch
kenmerkt CEM zich door oedeem en hyperemie in het endometrium. In
het acute stadium is in het geinfecteerde weefsel een grote instroom te
zien van neutrofielen. Is de infectie al langer bezig overheersen lymfocyten,
macrofagen en plasmacellen.(2,3,4)

De diagnose van CEM is mogelijk door een kweek te maken van de vaginale
uitvloeiing. Er zijn enkele andere verwekkers die een dergelijke uitvloeiing
kunnen veroorzaken, dit is echter niet gebruikelijk, en geen van deze
pathogenen zijn zo besmettelijk als Taylorella equigenitalis. (2)
Besmette hengsten zijn te behandelen door de voorkeursplaatsen van
Taylorella equigenitalis grondig schoon te maken met chloorhexidine
scrub en na te behandelen met nitrofurazone zalf. Dit moet echter langere
tijd gedaan worden en de hengsten moeten regelematig gecontroleerd
worden of er nog Taylorella equigenitalis aantoonbaar is. Merries kunnen
zich na enkele weken van de intra-uteriene infectie herstellen. De dieren
die chronisch geinfecteerd blijven, verbergen het pathogeen meestal in de
fossa clitoris. De behandeling hiervan is hetzelfde als bij de hengst, dus goed
schoonmaken met chloorhexidine en toepassen van nitrofurazone zalf. (2)
Om de verspreiding van CEM tegen te gaan, is er regelmatig controle nodig
van dieren die gebruikt worden voor de fok. Dit, samen met de strikte
import regels, heeft ervoor gezorgd dat de prevalentie van CEM vooralsnog
laag is.
Bronnen:
1. H. M. ACLAND ; R. M. KENNEY (1983)
2. http://www.merckmanuals.com/vet/reproductive_system/
metritis_in_large_animals/contagious_equine_metritis.html
3. Boek ziekteleer. Hoofdstuk 10: Voortplantingsorganen
4. S. Oke, et al. – Endometritis in Horses