Maandagziekte

Maandagziekte, ook wel “tying up”genoemd bij sportpaarden, ontstaat
vaak bij paarden die zware arbeid moeten verrichten, na een periode van
rust. Indien deze arbeid ook nog gepaard gaat met stress, is de kans op
“tying up” groter. (1)
“Tying up” is een ernstige acute spierdegeneratie. Het verloop hiervan is
vaak fataal voor het dier. De aandoening wordt het meest gezien bij jonge,
nerveuze dieren. Hierbij is er ook nog een verschil tussen mannelijke en
vrouwelijke dieren, waarbij laatstgenoemde een hogere kans hebben op
“tying up” en werken kou en wind presdisponerend.
De etiologie achter “tying up” is nog niet geheel bekend. De tot nu toe
meest geaccepteerde theorie is dat de aandoening ontstaat door een
ontsporing in de anaerobe glycolyse. Gedurende een periode van rust
wordt er een voorraad glycogeen aangelegd, vooral bij een dieet dat
rijk is aan koolhydraten. Dit heeft tot gevolg dat het volume van de
spiervel toeneemt, maar de capillaire spierdoorbloeding neemt juist af.
Indien deze rustperiode opeens wordt opgevolgd met intense arbeid
ontstaat er een discrepantie tussen de hoeveelheid glycogeensubstraat
en de zuurstofbehoefte. Dit zorgt voor een sterke intracellulaire
melkzuurophoping en warmteontwikkeling met als gevolg zwelling van
de spiercellen. Deze drukken vervolgens omliggende capillairen dicht, de
daaropvolgende anoxie zorgt voor een verandering in contractiele eiwitten
en spierdegeneratie. (1,2,3)
De spieren die het vaakst worden aangetast zijn de lenden- en
broekspieren, maar macroscopisch zijn er geen afwijkingen zichtbaar.
“tying up” is onder te verdelen in 3 verschillende categorieën, afhankelijk
van de ernst van de verschijnselen:
Licht: Spierstijfheid treedt meestal pas op 5 tot 10 minuten na arbied.
Het dier kan vage koliekverschijnselen tonen en staan meestal met een
kromme rug en steil in de achterhand. Bij deze vorm van “tying up” is
het spiercelverval gering, en is er geen teken van myoglobinurie. De
verschijnselen zijn slechts van korte duur en er hoeft geen therapie
ingesteld te worden.(1,2)
Gematigd: De eerste verschijnselen zijn sterk zweten, stijfheid en korte
gangen. Deze verschijnselen treden op 20 tot 30 minuten na aanvang van
arbeid. Als het dier na arbeid op stal staat, verergeren deze verschijnselen,
het bewegen van de achterbenen gaat moeizaam en is pijnlijk. Een half uur
na beeindiging van de arbeid kan de urine roodbruin gekleurd zijn, wat
duidt op myoglobine.(1,2)
Zwaar: De verschijnselen ontwikkelen zich 10 tot 20 minuten na aanvang
van arbeid en de spierstijfheid is zodanig dat het dier nauwelijks naar
de stal te krijgen is. De achterbenen zijn bijna niet te buigen en het
dier zweet erg, is angstig en heeft wijde neusgaten. Na enige tijd is het
mogelijk dat de achterhand helemaal niet meer bewogen worden en dit
belemmert het urineren. In de urine is myoglobine aanwezig. (1,2)
De diagnose voor “tying up” kan gesteld worden aan de hand van de
klinische verschijnselen, aangevuld met urine- en bloedonderzoek. Bij de
DDx van “tying up” horen alle aandoeningen die zorgen voor een stijve
houding en gang. Voornaamste aandoeningen waaraan gedacht moet
worden zijn acute hoefbevangenheid, tetanus en meningoencefalitis.(1)
Als therapie moeten de patienten per direct stil worden gezet. Bij de
ernstige gevallen betekent dit dat de dieren niet meer gedwongen moeten
worden om te lopen. De patienten moeten ook beschermd worden tegen
wind en kou om snelle verslechtering te voorkomen. Pijn kan worden
bestreden worden met antiflogistica, welke zowel een pijnstillend als
onstekingsremmend effect hebben.
Ter voorkoming van de aandoening, moet aan gevoelige paarden niet te
grote hoeveelheden krachtvoer worden verstrekt. Zeker op dagen dat er
weinig arbeid wordt verlangt van de dieren, dient het rantsoen beperkt te
worden. Dieren die gevoelig zijn, moeten voor zware arbeid eerst rustig
een warming-up krijgen alvorens zij worden gebruikt. (2,4)
Voor dieren die lijden aan de lichte en gematigde vorm van “tying
up”hebben een gunstige prognose. Dieren die er regelmatig last van
hebben, hebben kans op spierfibrose, wat de prognose minder gunstig
maakt. Bij de zware vorm is de prognose sterk afhankelijk van de
spierbeschadiging, spieratrofie en nierbeschadiging o.i.v. myoglobuline. (1)
1) Ziekteleer boek Diergeneekunde, hoofdstuk “bewegingstelsel”
2) http://www.paardenarts.nl/kennisbank/spierbevangenheid-tying-up-maandagziekte/
3) http://www.pavo.nl/advies/voeding-en-gezondheid/maandagziekte
4) http://www.thermografie-paard.nl/a_maandagziekte.html