Red bag bevalling

Een ‘Red Bag’bevalling wordt ook wel een PPS (premature placental
separation of premature placenta loslating) genoemd (5). Met een ‘Red Bag’
bevalling wordt doorgaans bedoeld dat het chorion compleet loskomt van
het endometrium voor of tijdens de bevalling (1). Bij een onderzoek werd
gevonden dat 7,09% van de abortussen werd veroorzaakt door vroegtijdige
loslating van de placenta(8).

1

Om een veulen zitten diverse vliezen. Het amnion is het vlies dat om het
veulen zelf zit. Het allantochorion is het buitenste vlies (6). De start van
de partus wordt geïnduceerd door prostaglandine en gaat gepaard met het
scheuren van het allantochorion (2).
Bij een normale partus wordt het amnion (de waterblaas) als eerste zichtbaar
en volgt de placenta na 15 tot 90 minuten (9).
Een ‘Red Bag’ bevalling is klinisch zichtbaar als een rode zak die uit de
vulva komt. Deze zak is het chorion. Normaal gesproken zien we een
doorzichtige zak uit de vulva verschijnen bij een bevalling. Bij een ‘Red Bag’
bevalling scheurt de cervixster, een dunner deel van het allantochrion waar
minder bloedvaten lopen, van het allantochorion niet. Daardoor wordt niet
het amnion het eerst zichtbaar, maar het chorion(1). Deze is sterk doorbloed
en heeft daarom een rode kleur.
Omdat het allantochorion niet scheurt en deze zak gevuld met vocht door de
vulva wordt gedreven is er niet genoeg ruimte om ook de extractie van het
veulen te laten plaatsvinden (7). Omdat de placenta wel heeft losgelaten is er
geen zuurstoftoevoer voor het veulen meer en treedt er hypoxie op.
Er zijn meerdere oorzaken, waarvan enkele ook idiopatisch zijn. Onder
andere verdikking, loslating of beschadiging van het allantochorion waardoor
littekenweefsel ontstaat zijn beschreven als mogelijke oorzaken voor een ‘Red
Bag’ bevalling (1). Ook wordt beschreven dan een infectie met het Equine
Herpes Virus een oorzaak kan zijn voor een ‘Red Bag’ bevalling (6).
Infectieuze placentitis is de oorzaak van een derde van de abortussen bij
de merrie. Een ‘Red Bag’ bevalling kan het gevolg zijn van een placentitis.
EHV-1 is een oorzaak van een infectieuze placentitis en dus abortus bij het
paard. Bij merries die experimenteel geïnfecteerd werden met EHV-1 kan er
voortijdige loslating van de placenta ontstaan (3).
Een infectieuze placentitis kan op meerdere manieren veroorzaakt worden.
Door een hematogene besmetting of door een acenderende besmetting via
de vulva (6).
Het is tijdens de partus relatief eenvoudig om de diagnose te stellen. Er is een
rode zak zichtbaar uit de vulva. De diagnose ‘Red Bag’ bevalling wordt dan
meestal ook tijdens de partus gesteld.
Na de partus is het mogelijk om aan de hand van de placenta de diagnose nog
te stellen. De placenta is verdikt, oedemateus en de cervixster is nog intact.
Indien een ‘Red Bag’ bevalling geconstateerd wordt is het van belang dat het
allantochiorion gescheurd wordt om het veulen de kans te geven te ademen
en zo verstikking te voorkomen. Vaak wordt een ‘Red Bag’ bevalling pas
op het laatste moment, tijdens de partus, gediagnostiseerd. Er zijn weinig
mogelijkheden voor therapie. Wanneer de cervix niet volledig gedilateerd
is kan deze dilatatie medicamenteus opgewerkt worden voor een soepeler
verloop van de partus. Echter is dit geen optie wanneer de placenta al los
heeft gelaten en het veulen nog in leven is. Dan is het zaak om het veulen zo
snel mogelijk te voorzien van zuurstof door de vliezen te scheuren.
PPS wordt gevonden in combinatie met een verdikking van de placenta
en uterus (4). Voor de partus zou er een echo gemaakt kunnen worden
van de placenta en uterus wand om te bepalen of deze verdikt is en er een
verhoogd risico is op abortus (6). Verdikking van de placenta en uterus kan
leiden tot een ‘Red Bag’ bevalling (1). Wanneer een merrie al eens een ‘Red
Bag’ bevalling heeft gehad, heeft ze bij een lateren dracht een verhoogd
risico op een ‘Red Bag’ bevalling.

 

Bronnen:
1. Kirckbride’s Diagnosis of Abortion and Neonatal Loss in Animals edited
by Bradley L . Njaa
2. McCue, P.M.; Ferris, R.A. (2012) Parturition, dysticia and foal survival;
A retrospective study of 1047 births. Equine Veterinary Journal, 44, 22-25.
3. Smith, K.C.; Whitwell, K.E.; Binns, M.M.; Dolby, C.A.; Hannant,
D.; Mumford, J.A. (1992) Abortion of virologically negative foetusses
following experimental challenge of pregnant pony mares with EHV-1.
Equine Veterinary Journal, 24, 156-159.
4. Reef, V.B.; Vaala, W.E.; Worth, L.T.; Sertich, P.L.; Spencer, P.A. (1996)
Ultrasonographis assessment of fetal wellbeing during late gestation:
development of an equine biophysical profile. Equine Veterinary Journal,
28, 200-208.
5. Smith, K.C.; Whitwell, K.E.; Blunden A.S.; Dunn, K.A.; Wales A.D.
(2003) A servey of equine avortion, stillbirth and neonatal death in the UK
from 1988 to 1997. Equine Veterinary Journal, 35, 496-501.